ECLI:NL:RBZWB:2024:3414

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
24 mei 2024
Publicatiedatum
24 mei 2024
Zaaknummer
22/5241
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:11 AwbArt. 22j Awr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bezwaren tegen watersysteemheffing ongebouwd 2021 niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding

Belanghebbende maakte bezwaar tegen aanslagen watersysteemheffing ongebouwd voor de jaren 2021 en 2022 opgelegd door het waterschap Scheldestromen. De heffingsambtenaar verklaarde de bezwaren niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de bezwaartermijn, maar vernietigde de aanslagen voor 2022. Belanghebbende stelde beroep in tegen de niet-ontvankelijkverklaring van de bezwaren over 2021.

De rechtbank oordeelt dat de bezwaartermijn zes weken bedraagt vanaf de dag na dagtekening van de aanslag, hier 31 maart 2021. De termijn eindigde derhalve op 12 mei 2021. De bezwaren werden pas op 6 september 2022 ontvangen, ruim een jaar te laat. Belanghebbende heeft geen verschoonbare omstandigheden aangevoerd die het te late indienen rechtvaardigen.

De rechtbank concludeert dat de bezwaren terecht niet-ontvankelijk zijn verklaard en komt niet toe aan inhoudelijke beoordeling van de aanslagen. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling uitgesproken.

Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat de bezwaren te laat en niet verschoonbaar zijn ingediend.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Zittingsplaats Middelburg
Belastingrecht
zaaknummer: BRE 22/5241

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 24 mei 2024 in de zaak tussen

[belanghebbende] uit [plaats] , belanghebbende,

en
de heffingsambtenaar van Sabewa Zeeland(het waterschap Scheldestromen), de heffingsambtenaar.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van belanghebbende tegen de uitspraken op bezwaar van de heffingsambtenaar van 27 oktober 2022.
1.1.
De heffingsambtenaar heeft aan belanghebbende de volgende aanslagen watersysteemheffing ongebouwd voor het waterschap Scheldestromen voor de jaren 2021 en 2022 opgelegd.
Jaar
Aanslagnummer
Dagtekening
Belastingobject
Bedrag
2021
[aanslagnummer 1]
31 maart 2021
H 00796 G 0000
€ 639,32
2021
[aanslagnummer 1]
31 maart 2021
H 00797 G 0000
€ 268,28
2022
[aanslagnummer 2]
31 maart 2022
H 00796 G 0000
€ 685,49
2022
[aanslagnummer 2]
31 maart 2022
H 00797 G 0000
€ 287,66
1.2.
De heffingsambtenaar heeft bij brief van 27 oktober 2022 in één geschrift beslist op alle bezwaren van belanghebbende tegen de hiervoor genoemde aanslagen (de uitspraken op bezwaar). De bezwaren zijn niet-ontvankelijk verklaard, zij het dat de aanslagen voor het jaar 2022 zijn vernietigd. De heffingsambtenaar heeft de bezwaren tevens aangemerkt als verzoeken om ambtshalve vermindering en als volgt daarover beslist voor het jaar 2021:
Jaar
Belastingobject
Uitspraak op bezwaar
Verzoek ambtshalve vermindering
2021
H 00796 G 0000
Niet-ontvankelijk
Afgewezen
2021
H 00797 G 0000
Niet-ontvankelijk
Afgewezen
1.3.
Belanghebbende heeft tegen de uitspraken over de aanslagen voor het jaar 2021 beroep ingesteld.
1.4.
De heffingsambtenaar heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
1.5.
De rechtbank heeft het beroep op 12 april 2024 op zitting behandeld. Hieraan heeft mr. [naam] namens de heffingsambtenaar deelgenomen. Belanghebbende heeft zich afgemeld voor de zitting.

Feiten

2. De aanslagen hebben betrekking op twee ongebouwde percelen met perceelnummers [perceel 1] en [perceel 2] . De percelen zijn gelegen in het gebied van het waterschap Scheldestromen. De percelen zijn (mede-)eigendom van belanghebbende en per 23 maart 2021 aangemerkt als natuurterrein.

Beoordeling door de rechtbank

3. De rechtbank oordeelt allereerst of de bezwaren terecht niet-ontvankelijk zijn verklaard wegens termijnoverschrijding. Afhankelijk van het antwoord op die vraag komt aan de orde of de aanslagen naar de juiste bedragen zijn opgelegd.
3.1.
Voor het indienen van een bezwaarschrift geldt een termijn van zes weken. Die termijn begint op de dag na die van de dagtekening van de aanslag. [1] Een bezwaarschrift is op tijd ingediend als het voor het einde van de termijn door de heffingsambtenaar is ontvangen. Als een bezwaarschrift te laat is ingediend, moet de heffingsambtenaar het bezwaar niet-ontvankelijk verklaren. Dat is alleen anders als het niet op tijd indienen van het bezwaarschrift niet is toe te rekenen aan belanghebbende. Dan blijft op grond van artikel 6:11 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) de niet-ontvankelijkverklaring achterwege.
3.2.
De dagtekening van het aanslagbiljet, met daarop de in geschil zijnde aanslagen watersysteemheffing ongebouwd, is 31 maart 2021. Er is geen aanleiding om aan te nemen dat het aanslagbiljet pas na die datum is verzonden.
3.3.
De termijn voor het indienen van een bezwaarschrift is geëindigd op 12 mei 2021. Belanghebbende heeft tegen de aanslagen bezwaar gemaakt op 6 september 2022. De heffingsambtenaar heeft de bezwaren op diezelfde datum ontvangen. Dit betekent dat de bezwaren ruim een jaar na afloop van de bezwaartermijn zijn ontvangen.
3.4.
Belanghebbende heeft in de bezwaarfase maar ook in de beroepsfase geen omstandigheden aangevoerd waaruit blijkt dat sprake is van een situatie waarvan moet worden beslist dat in redelijkheid niet kan worden geoordeeld dat belanghebbende in verzuim is geweest (artikel 6:11 Awb Pro). Voor zover belanghebbende aanvoert dat hij erop mocht vertrouwen dat de omzetting van landbouwgrond naar natuurgrond eerder zou worden geregeld door de noodzakelijke instanties, is de rechtbank van oordeel dat hieruit geen verschoonbare termijnoverschrijding volgt.
3.5.
De rechtbank komt tot het oordeel dat de bezwaren te laat zijn ingediend en het te laat indienen niet verschoonbaar is. De heffingsambtenaar heeft de bezwaren terecht niet-ontvankelijk verklaard. Aan het inhoudelijke beroep van belanghebbende komt de rechtbank niet toe.

Conclusie en gevolgen

4. De bezwaren zijn terecht niet-ontvankelijk verklaard. Het beroep is daarom ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.P.A. Boersma, rechter, in aanwezigheid van mr. D. Damen, griffier, op 24 mei 2024 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal beroep instellen kan via “
Formulieren en inloggen” op
www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch.

Voetnoten

1.dit volgt uit artikel 22j (Awr).