Belanghebbende maakte bezwaar tegen aanslagen watersysteemheffing ongebouwd voor de jaren 2021 en 2022 opgelegd door het waterschap Scheldestromen. De heffingsambtenaar verklaarde de bezwaren niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de bezwaartermijn, maar vernietigde de aanslagen voor 2022. Belanghebbende stelde beroep in tegen de niet-ontvankelijkverklaring van de bezwaren over 2021.
De rechtbank oordeelt dat de bezwaartermijn zes weken bedraagt vanaf de dag na dagtekening van de aanslag, hier 31 maart 2021. De termijn eindigde derhalve op 12 mei 2021. De bezwaren werden pas op 6 september 2022 ontvangen, ruim een jaar te laat. Belanghebbende heeft geen verschoonbare omstandigheden aangevoerd die het te late indienen rechtvaardigen.
De rechtbank concludeert dat de bezwaren terecht niet-ontvankelijk zijn verklaard en komt niet toe aan inhoudelijke beoordeling van de aanslagen. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling uitgesproken.