ECLI:NL:RBZWB:2024:3420
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Rekestprocedure
- Phillips
- Rechtspraak.nl
Verlenging machtiging uithuisplaatsing minderjarige in pleeggezin ondanks positieve stappen moeder
De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling (GI) tot verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige in een pleeggezin. De minderjarige verblijft sinds juli 2022 in het pleeggezin en de GI heeft eerder al een machtiging verleend tot mei 2024. De moeder heeft het ouderlijk gezag en heeft in de afgelopen periode positieve stappen gezet, zoals het naleven van omgangsafspraken en deelname aan diagnostiek en begeleiding.
Tijdens de mondelinge behandeling op 10 mei 2024 zijn de moeder, een vertegenwoordiger van de GI en de pleegmoeder gehoord. Hoewel de moeder zich meewerkend opstelt en er sinds februari 2024 geen escalaties meer zijn met haar partner, blijft de situatie kwetsbaar vanwege de problematiek rond middelengebruik en de instabiliteit in haar thuissituatie.
De kinderrechter oordeelt dat de langere plaatsing in het pleeggezin noodzakelijk is in het belang van de minderjarige, die tekenen van hechtings- en traumaproblematiek vertoont. Er wordt benadrukt dat duidelijkheid over het toekomstperspectief van het kind snel moet volgen en dat het perspectief ook gedeeld kan worden tussen moeder en pleeggezin. De machtiging tot uithuisplaatsing wordt verlengd tot 12 januari 2025 en deze beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige in het pleeggezin wordt verlengd tot 12 januari 2025 en de beschikking is uitvoerbaar bij voorraad.