ECLI:NL:RBZWB:2024:3432
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen bouwstop met last onder dwangsom
De voorzieningenrechter van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 14 mei 2024 het verzoek van verzoeker om een voorlopige voorziening tegen een bouwstop met last onder dwangsom, opgelegd door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Schouwen-Duiveland. De bouwstop betreft de oprichting van een schuur op een perceel aan een adres te een plaats.
Verzoeker stelde dat het spoedeisend belang lag in het voorkomen van onherstelbare schade aan de deels opgebouwde constructie, zoals aantasting van de staalcoating en verminderde isolatiewaarde, en dat hij geconfronteerd werd met extra bouwkosten. Het college gaf aan dat de hoogwerker niet meer op de bouwplaats aanwezig is en dat toestemming kan worden verleend voor het inpakken van de staalconstructie, waardoor de bouw opnieuw gepland kan worden.
De voorzieningenrechter overwoog dat een financieel belang op zichzelf onvoldoende is voor het treffen van een voorlopige voorziening, tenzij sprake is van een financiële noodsituatie, wat hier niet aannemelijk was. Omdat de beslissing op bezwaar binnen circa een maand wordt verwacht en de constructie kan worden beschermd, was er geen spoedeisend belang. Het verzoek werd daarom afgewezen. Tevens werd geen oordeel gegeven over de functionele samenhang van de percelen, omdat het spoedeisend belang ontbrak.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de bouwstop met last onder dwangsom wordt afgewezen wegens het ontbreken van een spoedeisend belang.