Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen een naheffingsaanslag parkeerbelasting die door de heffingsambtenaar van de gemeente Breda is opgelegd nadat tijdens een controle werd vastgesteld dat geen parkeerbelasting was voldaan op een specifieke locatie in Breda.
De rechtbank heeft het beroep beoordeeld aan de hand van de feiten dat belanghebbende zijn auto op 1 mei 2023 parkeerde aan een adres in Breda binnen een zone waar parkeerbelasting verschuldigd is. Belanghebbende had via een parkeerapplicatie parkeerkosten betaald, maar in een andere zone dan waar de auto daadwerkelijk stond geparkeerd.
De rechtbank overweegt dat het tarief in de door belanghebbende betaalde zone lager was dan het tarief van de zone waar daadwerkelijk geparkeerd werd. Omdat belanghebbende onvoldoende parkeerbelasting heeft betaald en het risico van het verkeerd selecteren van de zone voor zijn rekening komt, wordt het beroep ongegrond verklaard.
De naheffingsaanslag blijft gehandhaafd en belanghebbende krijgt geen vergoeding van het griffierecht. De uitspraak is gedaan door rechter Stoof op 30 mei 2024 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.