Uitspraak
1.De procedure
- de mondelinge behandeling van 14 april 2023, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Partijen sloten op 8 juni 2021 een overeenkomst voor schilder- en herstelwerkzaamheden aan een pand. De werkzaamheden begonnen in september 2021, maar eiser was ontevreden over de kwaliteit. Diverse klachten en ingebrekestellingen volgden. Deskundigen constateerden ernstige gebreken zoals onvoldoende voorbewerking, houtrot en slechte hechting van verf.
De aannemer betwistte aansprakelijkheid en stelde dat houtreparatie niet was overeengekomen en dat eiser in schuldeisersverzuim verkeerde. De rechtbank oordeelde dat de aannemer tekort was geschoten en ondanks ingebrekestelling niet tot herstel was overgegaan. Ontbinding van de overeenkomst werd toegewezen.
De rechtbank stelde de waarde van het werk op nihil en veroordeelde de aannemer tot terugbetaling van het betaalde bedrag, een aanvullende schadevergoeding, onderzoekskosten, incassokosten en proceskosten. De vorderingen van de aannemer in reconventie werden grotendeels afgewezen, behalve betaling voor werkzaamheden aan een ander pand en een deel van de incassokosten.
Uitkomst: De rechtbank ontbindt de aannemingsovereenkomst wegens wanprestatie en veroordeelt de aannemer tot terugbetaling, aanvullende schadevergoeding en kosten.