ECLI:NL:RBZWB:2024:346
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Rekestprocedure
- Dijkman
- Rechtspraak.nl
Toewijzing machtiging tot uithuisplaatsing minderjarige tot einde ondertoezichtstelling
De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 11 januari 2024 een verzoek van de gecertificeerde instelling tot verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige. De minderjarige is sinds maart 2022 onder toezicht gesteld en verblijft sinds september 2022 met tussenpozen in verschillende jeugdhulpvoorzieningen.
De gecertificeerde instelling verzocht om een spoedmachtiging tot uithuisplaatsing voor vier weken, aansluitend tot het einde van de ondertoezichtstelling op 9 maart 2024. De vader stemde in met het verzoek, terwijl de moeder niet verscheen en geen toestemming gaf voor plaatsing op een behandelgroep. De rechtbank concludeerde dat er geen nieuwe feiten waren die aanleiding gaven tot herroeping van de eerder verleende spoedmachtiging.
De rechtbank oordeelde dat de machtiging tot uithuisplaatsing noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding van de minderjarige, gezien haar problematiek, het niet accepteren van gezag, zorgelijke seksuele ontwikkeling en wegloopgedrag. De rechtbank benadrukte het belang van een passende behandelplek en het voorkomen van verdere overplaatsingen. Tevens werd het belang van een vertrouwenspersoon voor de minderjarige onderstreept.
De machtiging tot uithuisplaatsing wordt daarom verleend met ingang van 16 januari 2024 tot 9 maart 2024 en is uitvoerbaar bij voorraad. Hoger beroep is mogelijk binnen drie maanden na uitspraak.
Uitkomst: Machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige wordt verlengd tot 9 maart 2024 en is uitvoerbaar bij voorraad.