Uitspraak
1.De stukken
2.De procesgang
- de officier van justitie;
- veroordeelde, bijgestaan door mr. M. Houweling, advocaat te Breda;
- de getuige-deskundige mw. [naam] , gedragswetenschapper bij [justitiële jeugdinrichting] .
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 28 mei 2024 besloten tot verlenging van de PIJ-maatregel voor een veroordeelde die in 2022 is veroordeeld voor moord. De maatregel, die aanvankelijk op 2 juni 2022 begon, wordt met achttien maanden verlengd vanwege het blijvend hoge risico op recidive en de noodzaak voor verdere behandeling en begeleiding.
Het dossier bevatte onder meer een advies van de justitiële jeugdinrichting, waarin werd aangegeven dat ondanks een voorzichtige positieve ontwikkeling de emotionele en identiteitsontwikkeling van de veroordeelde beperkt is. De veroordeelde volgt verschillende therapieën, waaronder muziektherapie en schematherapie, maar de psychomotore therapie ligt momenteel stil. De problematiek speelt zich niet alleen binnen intieme relaties af, maar ook op breder sociaal vlak, waarbij selectieve sociale contacten en een narcistisch pantser met borderline dynamiek zorgen baren.
Tijdens de zitting bevestigde de officier van justitie het advies tot verlenging, en de verdediging stemde hiermee in. De rechtbank oordeelde dat de wettelijke vereisten voor verlenging zijn vervuld, met name vanwege het gevaar voor herhaling en het belang van een gunstige verdere ontwikkeling van de veroordeelde. De maatregel zal, indien niet opnieuw verlengd, onvoorwaardelijk eindigen op 13 november 2026.
De beslissing werd genomen door drie kinderrechters, waarbij één rechter niet kon medeondertekenen. De rechtbank benadrukte het belang van verdere observatie tijdens begeleide verloven en het voortzetten van het resocialisatietraject.
Uitkomst: De rechtbank verlengt de PIJ-maatregel met achttien maanden vanwege een hoog recidiverisico en beperkte emotionele ontwikkeling.