Uitspraak
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
5.De beslissing
spreekt verdachte vrijvan het tenlastegelegde feit.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Op 12 juni 2022 vond een gewapende woningoverval plaats waarbij het slachtoffer met een mes werd bedreigd en spullen werden weggenomen. De minderjarige verdachte werd ervan verdacht samen met een medeverdachte deze overval te hebben gepleegd.
Tijdens de zitting op 14 mei 2024 heeft de officier van justitie gesteld dat verdachte betrokken was, onderbouwd met verklaringen van het slachtoffer en de medeverdachte. De verdediging betoogde dat verdachte niet wist van het mes en niet betrokken was bij de diefstal, en wees op inconsistenties in de verklaringen van het slachtoffer en een WhatsApp-gesprek.
De rechtbank oordeelde dat er onvoldoende bewijs was dat verdachte als medepleger handelde. Er was geen duidelijkheid over een gezamenlijk plan of wie het mes vasthield. De wisselende verklaringen en het ontbreken van concrete aanwijzingen leidden tot vrijspraak van verdachte.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van medeplegen bij de gewapende woningoverval.