Uitspraak
RECHTBANK Zeeland-West-Brabant
1.[eiser sub 1] ,
[eiser sub 2], voor zichzelf en in haar hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordiger van de minderjarige eiser sub 3,
[eiser sub 3],
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Veilig Thuis ontving meldingen over mogelijke kindermishandeling en seksueel misbruik van de minderjarige dochter van eisers. Na onderzoek en acties, waaronder het onderbrengen van het kind op een veilige locatie, vorderden eisers schadevergoeding wegens vermeend onrechtmatig handelen van Veilig Thuis.
De rechtbank stelt vast dat Veilig Thuis handelde binnen haar wettelijke bevoegdheden volgens de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en het Handelingsprotocol Veilig Thuis 2019. De dwingende en dreigende houding die eisers verwijten, wordt niet als onrechtmatig beoordeeld gezien de ernst van de situatie en het belang van het kind.
Ook de communicatie, informatieverstrekking en het inschakelen van politie bij het huisbezoek voldeden aan de professionele standaard. Andere verwijten zoals het niet tijdig verstrekken van dossiers en het niet wijzen op rechten zijn onvoldoende onderbouwd om onrechtmatig handelen aan te nemen.
De vordering tot schadevergoeding wordt daarom afgewezen en eisers worden veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot schadevergoeding tegen Veilig Thuis wordt afgewezen wegens ontbreken van onrechtmatig handelen.