Op 13 november 2020 pleegde verdachte ontuchtige handelingen door een vijftienjarige cliënt tijdens een ontspanningsmassage te pijpen in een Thaise massagesalon. De rechtbank achtte de verklaring van het slachtoffer betrouwbaar en voldoende ondersteund door getuigenverklaringen en observaties van emoties direct na het incident.
Hoewel verdachte als masseur werkzaam was, oordeelde de rechtbank dat het geven van een ontspanningsmassage in een Thaise massagesalon niet valt onder het begrip 'werkzaam in de gezondheidszorg en/of maatschappelijke zorg', waardoor het primair ten laste gelegde feit niet bewezen werd. Wel werd het subsidiair ten laste gelegde feit van ontucht bewezen verklaard.
De rechtbank veroordeelde verdachte tot een gevangenisstraf van acht maanden, waarvan twee maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, en legde een beroepsverbod als masseur op. De straf houdt rekening met de ernst van het feit, het grote leeftijdsverschil en het gebrek aan schuldbewustzijn van verdachte.
De benadeelde partij vorderde €10.000,- schadevergoeding, waarvan de rechtbank €2.000,- toekende wegens immateriële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum van het feit. De rest van de vordering werd niet-ontvankelijk verklaard.
De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant op 25 januari 2024.