Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Procesverloop
- de advocaat van cliënt;
2.Het verzoek
3.Standpunten
4.Beoordeling
5.Beslissing
[cliënt], geboren op [geboortedag] 1958 te [plaats 1] ;
27 juni 2024.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 16 mei 2024 het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) tot machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling van een cliënt met fronto-temporale lobaire degeneratie, een vorm van dementie. De cliënt verblijft momenteel in een verpleeginstelling en vertoont ernstige agressieproblemen die de veiligheid van zichzelf, andere patiënten en zorgmedewerkers in gevaar brengen.
Tijdens de mondelinge behandeling was de cliënt niet bereid tot gesprek en vertoonde agressief gedrag, waaronder het ontzetten van een raam en het klimmen over een hek. De specialist ouderengeneeskunde lichtte toe dat de cliënt 24-uurs toezicht heeft vanwege zijn agressie en dat de thuissituatie onhoudbaar is geworden, mede door een suïcidepoging van de echtgenote.
De rechtbank concludeerde dat er sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, waaronder lichamelijk letsel en psychische schade, veroorzaakt door de psychogeriatrische aandoening. Gezien het ontbreken van minder ingrijpende alternatieven en de verslechtering van de toestand sinds december 2023, is voortzetting van de inbewaringstelling noodzakelijk.
De rechtbank verleent de machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling voor de duur van zes weken, met het oog op de veiligheid en het welzijn van de cliënt en zijn omgeving. Deze beschikking is op 16 mei 2024 mondeling gegeven en op 30 mei 2024 schriftelijk vastgelegd.
Uitkomst: De rechtbank verleent de machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling voor zes weken wegens ernstig dreigend nadeel door agressief gedrag van de cliënt.