De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 31 mei 2024 uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte, die wordt verdacht van verkrachting op 31 juli 2022. Het slachtoffer deed op 5 augustus 2022 aangifte en haar verklaring wordt ondersteund door DNA-onderzoek dat verdachte onomstotelijk linkt aan het delict. Verdachte ontkende de feiten en verscheen niet op de zitting.
De rechtbank oordeelde dat het bewijs, waaronder de verklaring van het slachtoffer, steunbewijs van een getuige, en het deskundigenrapport van het Nederlands Forensisch Instituut, wettig en overtuigend is. De seksuele handelingen vonden plaats onder dwang en geweld, waarbij verdachte het slachtoffer fysiek overmeesterde.
De strafoplegging houdt rekening met de ernst van het feit, de kwetsbaarheid van het slachtoffer, het ontbreken van verantwoordelijkheid door verdachte en het feit dat verdachte een first offender is. De rechtbank legt een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 30 maanden op, passend binnen de richtlijnen van het openbaar ministerie en de Oriëntatiepunten van de rechtspraak.