Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Onderzoek van de zaak
2.De voorvragen
nadeelgenoemd - is veroorzaakt. De casus in onderhavige zaak wijkt daar van af. Verdachte wordt immers niet verweten dat hij zich onbevoegd als zorgverlener heeft voorgedaan.
zou kunnen veroorzaken(cursivering rechtbank), terwijl ook ten laste is gelegd dat het slachtoffer (daadwerkelijk) ernstige brandwonden heeft opgelopen en aan de gevolgen daarvan is overleden. Daarbij valt ook op dat het overlijden van het slachtoffer in de tenlastelegging als benadeling van de gezondheid is omschreven (‘
bestaande die benadeling van de gezondheid hieruit dat die [slachtoffer] (ernstige) brandwonden heeft opgelopen en aan de gevolgen daarvan is overleden’) en niet als de strafverzwarende omstandigheid van lid 5 van artikel 96 Wet Pro BIG.
3.De beoordeling van het bewijs
grovelijkonvoorzichtig, onachtzaam en nalatig handelen van verdachte. Daar komt nog bij dat verdachte [slachtoffer] ook onjuist heeft gekoeld. Feit 1 kan dan ook wettig en overtuigend bewezen worden, zoals hierna onder 3.4 wordt weergegeven.
opzettelijkin die hulpeloze toestand te hebben gebracht en/of te hebben gelaten. Van vol opzet is uit het dossier en de behandeling op zitting niet gebleken. Voor het antwoord op de vraag of bij verdachte sprake was van voorwaardelijk opzet is van belang of verdachte de
aanmerkelijkekans op het in een hulpeloze toestand brengen en/of laten
bewustheeft aanvaard? De enkele overschrijding van een professionele norm is daarvoor onvoldoende, omdat daarbij ook sprake kan zijn van bewuste schuld.
bracht. Het niet of onvoldoende controleren van het badwater is daarvoor onvoldoende. Dat geldt naar het oordeel van de rechtbank ook voor het in een met lauw water gevuld bad plaatsen toen verdachte zag dat een deel van het lichaam van [slachtoffer] rood was. Dat is echter anders op het moment dat verdachte zag dat in het lauwe bad de huid van [slachtoffer] benen losliet. Door na deze constateringen niet 112 te bellen en niet op de juiste wijze te koelen heeft verdachte bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat de hulpeloze toestand
voortduurde.
4.De strafbaarheid
5.De strafoplegging
6.De benadeelde partijen
7.De wettelijke voorschriften
8.De beslissing
een taakstraf van 180 uren;
vervangende hechteniszal worden toegepast van
90 dagen;
een gevangenisstraf van twee maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar;
algemene voorwaardedat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
ontzetverdachte
van het recht om een beroep uit te oefenen in de individuele gezondheidszorgvoor de duur van
vijf jaar;