ECLI:NL:RBZWB:2024:3613
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing kostenvergoeding na vernietiging naheffingsaanslag parkeerbelasting wegens vormfout belanghebbende
Belanghebbende kreeg een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd omdat tijdens controle bleek dat er geen parkeerbelasting was voldaan voor een voertuig met een bepaald kenteken. In bezwaar overlegde belanghebbende een screenshot waaruit bleek dat er wel degelijk parkeerbelasting was betaald, maar voor een ander kenteken. De heffingsambtenaar vernietigde daarop de naheffingsaanslag wegens deze vormfout van belanghebbende.
Belanghebbende vorderde daarnaast een kostenvergoeding voor de bezwaarfase, stellende dat de naheffingsaanslag ook onrechtmatig was vanwege een niet tijdige bekendmaking van het kostenbedrag in de gemeentelijke verordening. De rechtbank oordeelde dat de vernietiging uitsluitend te wijten was aan de vormfout van belanghebbende en niet aan onrechtmatigheid van de heffingsambtenaar.
De rechtbank stelde vast dat de overschrijding van de bekendmakingsdatum in het Besluit gemeentelijke parkeerbelastingen geen rechtsgevolgen heeft en dat het kostenbedrag conform het wettelijk maximum in de gemeentelijke verordening was opgenomen. Hierdoor was geen sprake van onrechtmatigheid die een kostenvergoeding rechtvaardigt.
Het beroep van belanghebbende werd ongegrond verklaard, waardoor hij geen recht heeft op vergoeding van kosten of griffierecht. De uitspraak werd gedaan door rechter Broeders op 3 juni 2024 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om kostenvergoeding afgewezen.