Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Procesverloop
2.Verzoek
3.Standpunten
4.Beoordeling
5.Beslissing
tot en met uiterlijk 10 mei 2024;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 17 januari 2024 uitspraak gedaan in een zaak betreffende de wijziging van een zorgmachtiging voor betrokkene, die lijdt aan een psychische stoornis en momenteel verblijft in een zorginstelling. De officier van justitie verzocht om uitbreiding van de zorgmachtiging met aanvullende vormen van verplichte zorg, waaronder beperking van bewegingsvrijheid, insluiting, toezicht, onderzoek aan kleding of lichaam en opname in een accommodatie.
Betrokkene en zijn advocaat verzetten zich tegen de wijziging, met name tegen het forceren van een medische tandbehandeling onder dwang, omdat eerdere verzoeken daartoe al waren afgewezen en omdat betrokkene de noodzaak betwist. De behandelaar en moeder van betrokkene bevestigden echter dat de psychotische klachten zijn toegenomen, mede door ernstige tandpijn, en dat gedwongen opname en zorg noodzakelijk zijn om ernstig nadeel te voorkomen.
De rechtbank oordeelde dat de bestaande zorgmachtiging onvoldoende was om de noodsituatie te beheersen en dat de aanvullende zorgvormen bewegingsbeperking, toezicht en opname noodzakelijk en voorzienbaar zijn voor de resterende duur van de machtiging tot 10 mei 2024. De rechtbank wees het verzoek tot insluiting en onderzoek aan kleding of lichaam af, omdat deze niet voldoende noodzakelijk of voorzienbaar waren. De beoordeling van de noodzaak van een gedwongen tandheelkundige behandeling bleef buiten beschouwing.
De wijziging van de zorgmachtiging is deels toegewezen om betrokkene effectief te kunnen behandelen en het steunsysteem te ontlasten, waarbij rekening is gehouden met proportionaliteit en effectiviteit van de zorgmaatregelen.
Uitkomst: De zorgmachtiging wordt gewijzigd door toevoeging van bewegingsbeperking, toezicht en opname voor de resterende duur tot 10 mei 2024.