Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
5.De benadeelde partij
6.De beslissing
spreekt verdachte vrijvan het tenlastegelegde feit;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 21 mei 2024 de zaak tegen verdachte die werd verdacht van het hebben van onvrijwillige seks met zijn ex-vriendin in de nacht van 27 op 28 april 2022. De officier van justitie stelde dat verdachte seksueel is binnengedrongen terwijl het slachtoffer sliep, terwijl de verdediging stelde dat de seks vrijwillig was.
De rechtbank stelde vast dat verdachte en het slachtoffer samen naar het huis van de vader van verdachte gingen en daar seks hadden. Beide partijen gaven tegenstrijdige verklaringen over de wijze waarop de seks heeft plaatsgevonden. Het slachtoffer verklaarde dat zij sliep en onvrijwillig werd betast en gepenetreerd, terwijl verdachte stelde dat de seks vrijwillig was en het slachtoffer actief deelnam.
De rechtbank onderzocht het bewijs, waaronder geluidsfragmenten, appberichten en een verklaring van een getuige die het slachtoffer huilend en in paniek zag. Hoewel er steunbewijs was, kon de rechtbank niet uitsluiten dat het scenario van vrijwillige seks juist was. Hierdoor ontbrak de volledige overtuiging dat verdachte het ten laste gelegde feit heeft gepleegd.
De rechtbank sprak verdachte vrij wegens gebrek aan overtuiging en verklaarde het slachtoffer niet-ontvankelijk in haar schadevordering van €5.000,-. De benadeelde partij werd veroordeeld in de kosten van verdachte. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer op 4 juni 2024.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens gebrek aan overtuiging dat hij onvrijwillige seks heeft gehad met zijn ex-vriendin.