Eiseres is sinds 7 januari 2020 arbeidsongeschikt vanwege reumatoïde artritis en ontvangt een WIA-uitkering. Het UWV kende haar aanvankelijk een loongerelateerde WGA-uitkering toe met een arbeidsongeschiktheid van 80-100%. De voormalige werkgever maakte bezwaar en stelde dat de beperkingen duurzaam waren, wat recht zou geven op een IVA-uitkering. Het UWV verklaarde het bezwaar gegrond, maar stelde de arbeidsongeschiktheid vast op 68,28%, omdat de arbeidsdeskundige in bezwaar passende functies had kunnen duiden.
De rechtbank beoordeelde of het toekennen van deze functies in bezwaar was toegestaan en of de functies passend waren. Geconstateerd werd dat het UWV in bezwaar nieuwe functies mocht duiden, ook als die eerder waren verworpen. De drie functies die de arbeidsdeskundige b&b selecteerde – schadecorrespondent, bezorger pakketten (auto) en administratief ondersteunend medewerker – werden als passend beoordeeld, waarbij de arbeidsdeskundige de belastbaarheid en signaleringen voldoende motiveerde.
Eiseres voerde aan dat zij de functies niet kon verrichten vanwege haar klachten, maar de rechtbank vond dat zij deze bezwaren onvoldoende had gemotiveerd. De medische beoordeling werd door eiseres aanvaard. De rechtbank concludeerde dat de mate van arbeidsongeschiktheid van 68,28% juist was vastgesteld en verklaarde het beroep ongegrond.
Vanwege het niet toezenden van een voornemen aan eiseres, werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. De uitspraak werd gedaan door rechter J.W. Ponds op 5 juni 2024.