Uitspraak
1.De verdere procedure
2.De vorderingen en de verweren
De beoordeling
[eiser in conventie] één of meer betalingen die [gedaagde in conventie] door aanwijzing uitdrukkelijk op de factuur van 1 mei 2022 in mindering heeft gedaan, desondanks op die oudere schuld heeft afgeboekt, is dit ten onrechte geweest. In dat geval is mogelijk de oudere schuld van
€ 7.709,79 toch niet volledig voldaan. Die schuld is echter geen onderwerp van deze procedure.
€ 4.878,00 voor de huur van de standplaats en overige vaste kosten, alsmede de afrekening van het gebruik van elektriciteit en water in 2022. [gedaagde in conventie] voert daartegen drie verweren.
€ 92,00 en 542,00 aan [eiser in conventie] heeft betaald. Uit nadien als producties 15 tot en met 18 en 20 in de procedure gebrachte bankschriften blijken betalingen van nog eens € 542,00,
€ 442,00 en € 100,00 in juli 2023 en drie keer € 542,00 in de maanden augustus, september en oktober 2023. Aldus was met die laatste betaling in totaal € 3.794,00 op de factuur in mindering betaald, zodat op dat moment nog € 1.017,75 (€ 4.811,75 -/- € 3.794,00) resteerde te voldoen. Gezien het betaalgedrag van [gedaagde in conventie] mag worden verwacht dat hij ook het laatstgenoemde bedrag vóór het einde van 2023 heeft betaald. Ten tijde van de mondelinge behandeling van de zaak was dat echter nog onzeker. Om die reden zal [gedaagde in conventie] hierna tot betaling van het laatstgenoemde bedrag worden veroordeeld. In het geval hij dit inmiddels volledig heeft betaald, heeft deze veroordeling vanzelfsprekend geen effect.