Uitspraak
1.Het (verdere) procesverloop
2.De feiten
3.De (resterende) verzoeken
4.Het (nadere) standpunt van de GI
5.Het standpunt van [minderjarige] en de ouders
6.De (nadere) beoordeling
7.De beslissing
's-Hertogenbosch
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling (GI) tot machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige bij de moeder, die samen met de vader het gezag heeft. De minderjarige woont momenteel bij de vader en stiefmoeder, waar sprake is van een onveilige thuissituatie met frequente ruzies, mogelijk verwaarlozing en vermoedens van middelengebruik door de vader. De minderjarige heeft aangegeven niet terug te willen naar de vader en wil bij de moeder blijven, waar hij structuur en veiligheid ervaart.
De kinderrechter heeft op 13 mei 2024 een spoedmachtiging verleend en heeft op 22 mei 2024 de zaak inhoudelijk behandeld. De vader en stiefmoeder waren niet aanwezig, de moeder en de GI wel. De minderjarige is gehoord tijdens een kindgesprek en heeft zijn wens kenbaar gemaakt. De GI heeft toegelicht dat hulpverlening bij de vader niet effectief is en dat de situatie bij de vader ongewijzigd problematisch blijft.
De kinderrechter overweegt dat de wettelijke criteria voor uithuisplaatsing zijn vervuld, gelet op het belang van de minderjarige voor verzorging en opvoeding. De machtiging wordt verleend voor de resterende duur van de ondertoezichtstelling tot 10 november 2024, met uitvoerbaarverklaring bij voorraad. De beslissing formaliseert de wens van de minderjarige en beoogt een veilige en stabiele opvoedsituatie bij de moeder, met inzet van hulpverlening zoals MST.
De vader heeft in een e-mail laten weten de keuze van de minderjarige te respecteren, maar de GI en kinderrechter hebben zorgen over mogelijke onttrekking zonder machtiging. De kinderrechter benadrukt het belang van contactherstel tussen vader en kind, waarbij de GI een regierol krijgt toegewezen.
De beschikking is mondeling uitgesproken door kinderrechter Van Triest op 22 mei 2024 en schriftelijk vastgesteld op 4 juni 2024. Hoger beroep is mogelijk binnen drie maanden.
Uitkomst: Machtiging tot uithuisplaatsing van minderjarige bij moeder verleend tot einde ondertoezichtstelling, uitvoerbaar bij voorraad.