ECLI:NL:RBZWB:2024:3768

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
6 juni 2024
Publicatiedatum
6 juni 2024
Zaaknummer
02/123139-21
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Op tegenspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 313 Sv
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak poging tot doodslag en openlijke geweldpleging wegens onvoldoende bewijs

Op 7 mei 2021 vond een geweldsincident plaats waarbij verdachte samen met anderen betrokken zou zijn bij het toebrengen van ernstig letsel aan het slachtoffer. Het slachtoffer liep onder meer een gebroken oogkas en jukbeen op. Verdachte werd beschuldigd van medeplegen van poging tot doodslag, poging tot zware mishandeling en openlijke geweldpleging.

Tijdens de zitting op 23 mei 2024 presenteerde de officier van justitie het bewijs, terwijl de verdediging vrijspraak bepleitte vanwege onvoldoende bewijs. De rechtbank beoordeelde de getuigenverklaringen als inconsistent en wisselend, waardoor niet kon worden vastgesteld dat verdachte daadwerkelijk geweld heeft gepleegd of een wezenlijke bijdrage daaraan heeft geleverd.

Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten. Daarnaast verklaarde de rechtbank de vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding niet-ontvankelijk, omdat de feiten niet bewezen zijn. Ook werd het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis opgeheven.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van poging tot doodslag, poging tot zware mishandeling en openlijke geweldpleging wegens onvoldoende bewijs.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht
Zittingsplaats: Breda
parketnummer: 02/123139-21
vonnis van de meervoudige kamer van 6 juni 2024
in de strafzaak tegen
[verdachte]
geboren op [geboortedag] 1999 te [geboorteplaats]
wonende te [woonadres]
raadsvrouw mr. S.P.H. Brinkman, advocaat te Tilburg

1.Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 23 mei 2024, waarbij de officier van justitie, mr. S.A.A.P. van Hees, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2.De tenlastelegging

De tenlastelegging is gewijzigd overeenkomstig artikel 313 van Pro het Wetboek van Strafvordering. De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.
De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte samen met anderen heeft geprobeerd om [slachtoffer 1] (hierna: [slachtoffer 1] ) te doden dan wel hem zwaar lichamelijk letsel toe te brengen dan wel openlijk en in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer 1] .

3.De voorvragen

De dagvaarding is geldig.
De rechtbank is bevoegd.
De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.
Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4.De beoordeling van het bewijs

4.1
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich samen met anderen schuldig heeft gemaakt aan de primair tenlastegelegde poging tot doodslag van [slachtoffer 1] .
4.2
Het standpunt van de verdediging
De verdediging bepleit integrale vrijspraak, omdat het dossier onvoldoende wettig en overtuigend bewijs bevat om tot een bewezenverklaring te komen.
4.3
Het oordeel van de rechtbank
De rechtbank stelt vast dat er op 7 mei 2021 aan de [adres] in [plaats] een geweldsincident heeft plaatsgevonden, waarbij verdachte en drie medeverdachten aanwezig zijn geweest. [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] zijn hiervan het slachtoffer geworden. [slachtoffer 1] is geslagen en geschopt tegen zijn gezicht en lichaam, onder meer terwijl hij op de grond lag. Hierdoor is aan hem letsel toegebracht, bestaande uit onder meer een gebroken oogkas en jukbeen en een breuk in de bovenkaak. Daarnaast heeft [slachtoffer 2] letsel aan haar voeten opgelopen en [slachtoffer 3] een blauwe plek op haar borstbeen.
Verdachte wordt verweten dat hij samen met anderen heeft geprobeerd om [slachtoffer 1] te doden dan wel hem zwaar lichamelijk letsel toe te brengen dan wel openlijk en in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer 1] .
Primair: medeplegen van poging tot doodslag of poging tot zware mishandeling
Verdachte ontkent dat hij geweldshandelingen heeft gepleegd tegen [slachtoffer 1] . [slachtoffer 1] heeft verklaard door meerdere personen te zijn geschopt en geslagen. De naam van verdachte heeft hij in dit verband niet genoemd.
Het dossier bevat meerdere getuigenverklaringen die zien op het geweldsincident en waarin wordt verklaard over het slaan en schoppen van [slachtoffer 1] . De rechtbank stelt vast dat deze getuigenverklaringen op cruciale punten te wisselend en niet consistent zijn over de vraag waar en met wie verdachte zich op dat moment bevond, en in welke rol hij wat deed. Dit betekent dat op grond van de getuigenverklaringen niet worden vastgesteld dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van de tenlastegelegde geweldshandelingen bij [slachtoffer 1] . Daarnaast bevat het dossier geen overig (objectief) bewijs hieromtrent.
Gelet hierop zal verdachte worden vrijgesproken van het primair tenlastegelegde feit, het medeplegen van poging tot doodslag dan wel poging tot zware mishandeling.
Subsidiair: openlijke geweldpleging
Voor een bewezenverklaring van openlijk geweld in vereniging, is onder andere vereist dat de verdachte een voldoende significante en wezenlijke bijdrage heeft geleverd aan het geweld.
Op grond van de inhoud van het dossier, daarin begrepen de als te wisselend en inconsistent beoordeelde getuigenverklaringen, kan niet worden vastgesteld of, en zo ja, welke rol verdachte had bij het geweldsincident tegen [slachtoffer 1] . Gelet hierop kan dan ook niet worden vastgesteld of verdachte een bijdrage aan het geweld tegen [slachtoffer 1] heeft geleverd die voldoende significant en wezenlijk was.
De rechtbank spreekt verdachte dan ook vrij van het subsidiair tenlastegelegde feit, het openlijk in vereniging plegen van geweld.

5.De benadeelde partij

[slachtoffer 1]
De benadeelde partij [slachtoffer 1] vordert een schadevergoeding van € 21.277,25. Dit bedrag bestaat uit € 4.777,25 aan materiële schade en € 16.500,00 aan immateriële schade.
Verdachte wordt vrijgesproken van het feit waaruit de schade zou zijn ontstaan. De rechtbank zal daarom de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in de vordering.

6.De beslissing

De rechtbank:
Vrijspraak
-
spreekt verdachte vrijvan het tenlastegelegde feit;
Benadeelde partij [slachtoffer 1]
- verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 1] niet-ontvankelijk in de vordering;
- veroordeelt de benadeelde partij in de kosten van verdachte, tot nu toe begroot op nihil;
Voorlopige hechtenis
- heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis.
Dit vonnis is gewezen door mr. C.H.W.M. Sterk, voorzitter, mr. D.S.G. Froger-Zeeuwen en mr. K. Verschueren, rechters, in tegenwoordigheid van mr. S.B.H. van Overveld, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 6 juni 2024.
Mr. D.S.G. Froger-Zeeuwen is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.