Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Procesverloop
- de advocaat van cliënt;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 22 mei 2024 het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) om een rechterlijke machtiging voor gedwongen opname en verblijf van cliënt met de ziekte van Huntington voor zes maanden. Uit een deskundigenonderzoek bleek dat cliënt lijdt aan een depressieve stoornis en apathiesyndroom, waarvoor een observatieopname in een specialistische setting werd geadviseerd.
Cliënt verzette zich tegen opname vanwege de confrontatie met andere Huntingtonpatiënten en de afstand tot zijn woning. De echtgenote van cliënt verzorgt hem met liefde en kan de zorg nog dragen. Diverse deskundigen benadrukten het belang van observatie om de zorg te optimaliseren, maar erkenden ook het verzet van cliënt en de noodzaak van een opname in een gespecialiseerd centrum.
De rechtbank stelde vast dat hoewel cliënt nadeel ondervindt door zijn aandoening, dit nadeel niet zodanig ernstig is dat het gedwongen opname moet prevaleren boven zijn zelfbeschikkingsrecht. De zorg door de echtgenote is nog haalbaar en er zijn geen signalen van ernstige overbelasting. Daarom werd het verzoek tot machtiging afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot rechterlijke machtiging tot gedwongen opname ter observatie wordt afgewezen omdat het nadeel niet ernstig genoeg is om het zelfbeschikkingsrecht van cliënt te overrulen.