Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 11 januari 2024 in de zaak tussen
[belanghebbende] , uit [plaats] , belanghebbende,
Inleiding
Feiten
Beoordeling door de rechtbank
Conclusie
.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen de door de heffingsambtenaar vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning, een twee-onder-een-kapwoning met diverse bijgebouwen en een perceel van 309 m². De heffingsambtenaar baseerde de waardebepaling op een taxatierapport waarin de vergelijkingsmethode werd toegepast met drie referentiewoningen.
De rechtbank oordeelt dat de heffingsambtenaar voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de WOZ-waarde niet te hoog is vastgesteld. De gebruikte referentiewoningen zijn vergelijkbaar qua ligging, bouwjaar en inhoud. De stellingen van belanghebbende over onvoldoende rekening houden met verschillen en afnemende meeropbrengst zijn niet onderbouwd en worden daarom verworpen.
Verder wijst de rechtbank het verzoek van belanghebbende tot vergoeding van proceskosten af, omdat niet is voldaan aan de voorwaarden voor herroeping wegens aan het bestuursorgaan te wijten onrechtmatigheid. Het beroep wordt derhalve ongegrond verklaard en belanghebbende krijgt geen griffierecht of proceskosten vergoed.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde wordt ongegrond verklaard en proceskosten worden niet vergoed.