ECLI:NL:RBZWB:2024:3869

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
3 mei 2024
Publicatiedatum
7 juni 2024
Zaaknummer
10854953 \ MB VERZ 23-731
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • W.H.C. van Eck
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8 sub a Wahv
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep gegrond verklaard tegen verkeersboete wegens niet-verzekerde bromfiets gestolen

Betrokkene kreeg een boete opgelegd wegens het niet afsluiten en in stand houden van de vereiste verzekering voor een bromfiets. Betrokkene stelde dat de scooter ten tijde van de constatering gestolen was en dat hij tijdig aangifte had gedaan bij de politie. De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond omdat de scooter volgens het RDW-systeem teruggevonden zou zijn.

Tijdens de zitting bleek dat het RDW-systeem de scooter nog als gestolen registreerde en dat betrokkene niet op de hoogte was gesteld van de terugvinding. De kantonrechter oordeelde dat de gedraging niet was komen vast te staan en dat betrokkene niet verantwoordelijk kon worden gehouden voor het feit dat de scooter door een ander werd gebruikt.

Daarom werd de boete vernietigd, het beroep gegrond verklaard en de betaalde zekerheidstelling van €379,- werd aan betrokkene terugbetaald. Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.

Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete is gegrond verklaard en de boete is vernietigd.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht
Zittingsplaats Breda
zaaknummer : 10854953 \ MB VERZ 23-731
CJIB-nummer : 0062 5422 5399 6294
uitspraakdatum : 3 mei 2024
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam :
[betrokkene]
[adres]
[plaats]
hierna: betrokkene

Verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 3 mei 2024. Namens de officier van justitie is verschenen mr. E.J.T. Berkeljon (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Betrokkene is ook verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Standpunten

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven:
voor een bromfiets niet de vereiste verzekering afsluiten en in stand houden, geconstateerd door het RDW Veendam, op 11 oktober 2022 om 17:10 uur.
Betrokkene heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de boete niet redelijk is gelet op de omstandigheden waaronder de gedraging heeft plaatsgevonden. Betrokkene stelt dat de scooter ten tijde van de constatering gestolen was. Voorts heeft betrokkene niks meer vernomen van de scooter, totdat het beroep bij de officier van justitie ongegrond werd verklaard met als reden dat de scooter terug was gevonden. Betrokkene stelt hier niet van op de hoogte te zijn geweest. Volgens betrokkene staat bij de vordering van aangifte dat er geen onderzoek naar de gestolen scooter is.
Ter zitting heeft betrokkene hieraan toegevoegd dat hij op 5 september 2022 aangifte heeft gedaan bij de politie voor zijn gestolen scooter. Een paar dagen later heeft betrokkene contact gehad met de verzekeringsmaatschappij. De verzekeringsmaatschappij had de verzekering per direct stop gezet.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep gegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. In de beslissing stond dat de politie aan het RDW heeft doorgegeven dat de scooter teruggevonden was. De zittingsvertegenwoordiger kan dat in het systeem van het RDW niet terugzien. Tot en met 3 mei 2024 stond het voertuig nog als gestolen. Op 5 september 2022 heeft betrokkene aangifte gedaan van diefstal, maar die aangifte is pas later in het RDW systeem gezet. Betrokkene heeft gedaan wat hij moest doen, want betrokkene heeft tijdig voor de datum van beschikking aangifte gedaan bij de politie.

Overwegingen

De kantonrechter is van oordeel dat niet is komen vast te staan dat de gedraging is verricht. Daarbij is van belang dat de scooter van betrokkene tegen zijn wil bij een ander was. Volgens artikel 8 sub a Wahv Pro kan betrokkene niet verantwoordelijk worden gehouden voor dit feit. Dit betekent dat de boete ten onrechte is opgelegd. Het beroep is daarom gegrond. De beschikking waarbij de boete is opgelegd en de beslissing van de officier van justitie zullen worden vernietigd. Het bedrag dat betrokkene aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald.

Beslissing

De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gegrond;
‒ vernietigt de bestreden beslissing van de officier van justitie en de beschikking waarbij de boete is opgelegd;
‒ draagt de officier van justitie op het bedrag van € 379,- dat betrokkene als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen.
Deze uitspraak is gedaan door mr. W.H.C. van Eck, kantonrechter, bijgestaan door de griffier X.L.C.M. van Sprundel, en in het openbaar uitgesproken op 3 mei 2024.
Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.
Datum verzending: