ECLI:NL:RBZWB:2024:3920
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens onterechte niet-ontvankelijkverklaring bezwaarschrift inkomstenbelasting 2020
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over 2020. De inspecteur verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de bezwaartermijn. De rechtbank oordeelt dat het bezwaarschrift wel tijdig is ingediend, omdat aanvullende stukken van belanghebbende van 18 juli 2022 onterecht niet als bezwaarschrift zijn aangemerkt.
De bezwaartermijn begon op 9 juli 2022 en eindigde op 19 augustus 2022. De aanvullende stukken werden op 19 juli 2022 ontvangen, binnen de termijn. De inspecteur erkent dat deze stukken als bezwaarschrift hadden moeten worden beschouwd. Daarom is het bezwaar ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard.
De rechtbank vernietigt de uitspraak op bezwaar en draagt de inspecteur op om alsnog inhoudelijk op het bezwaar te beslissen. Tevens wordt het griffierecht van €50 aan belanghebbende vergoed. Er zijn geen overige proceskosten toegekend.
De uitspraak is gedaan zonder zitting op 10 juni 2024 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Partijen kunnen binnen zes weken verzet instellen tegen deze uitspraak.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaarschrift wordt vernietigd.