ECLI:NL:RBZWB:2024:3923
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen uitspraak op bezwaar inkomstenbelasting 2020
Belanghebbende diende op 21 november 2022 een nieuwe aangifte in, die door de inspecteur werd aangemerkt als beroepschrift tegen de uitspraak op bezwaar van 4 november 2022. De rechtbank beoordeelde het beroep zonder zitting omdat het kennelijk niet-ontvankelijk was.
De rechtbank stelde vast dat belanghebbende geen gronden van het beroep had vermeld, terwijl dit verplicht is om het beroep ontvankelijk te maken. Ondanks een oproep in de Staatscourant om een correspondentieadres door te geven en de gronden alsnog te vermelden, reageerde belanghebbende niet binnen de gestelde termijn.
Daarmee was geen sprake van een verontschuldiging voor het verzuim en kon het beroep niet-ontvankelijk worden verklaard. De rechtbank beoordeelde het beroep daarom niet inhoudelijk en liet het bestreden besluit in stand. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van beroepsgronden en het niet tijdig herstellen daarvan.