ECLI:NL:RBZWB:2024:393
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens schending hoorplicht bij parkeerbelasting naheffing
Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen een naheffingsaanslag parkeerbelasting en de daarop volgende uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar van de gemeente Tilburg. De rechtbank onderzoekt of het bezwaar terecht niet-ontvankelijk is verklaard en of de hoorplicht in bezwaar is nageleefd.
De heffingsambtenaar erkent dat de hoorplicht is geschonden doordat uitnodigingen voor de hoorzitting niet naar het juiste e-mailadres zijn verzonden, waardoor belanghebbende onterecht niet is gehoord. De rechtbank volgt deze conclusie en verklaart het beroep kennelijk gegrond. De uitspraak op bezwaar wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen naar de heffingsambtenaar voor een nieuwe beslissing met inachtneming van de uitspraak.
Daarnaast kent de rechtbank een proceskostenvergoeding toe van €437,50 voor de juridische bijstand in de beroepsfase, gebaseerd op het Besluit proceskosten bestuursrecht met een lichte wegingsfactor. Ook dient de heffingsambtenaar het betaalde griffierecht van €50 aan belanghebbende te vergoeden. De uitspraak is gedaan door rechter S.A.J. Bastiaansen en griffier N. Plasman op 26 januari 2024.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard wegens schending van de hoorplicht en de zaak wordt terugverwezen naar de heffingsambtenaar.