Belanghebbende maakte bezwaar tegen een naheffingsaanslag parkeerbelasting van €59,- opgelegd door de gemeente Breda omdat hij stelde dat er geen sprake was van parkeren, maar van het onmiddellijk in- en uitstappen van personen. Op 22 november 2022 stond de auto van belanghebbende stil bij een adres in Breda zonder dat parkeerbelasting was voldaan.
De rechtbank oordeelt dat onder het begrip 'onmiddellijk in- of uitstappen' slechts handelingen vallen die direct het in- of uitstappen betreffen. In deze zaak stapten twee collega’s uit de auto, liepen naar de woning van belanghebbende, die vervolgens zijn jas aantrok en koffer pakte voordat zij vertrokken. Dit duurde naar schatting maximaal vijf minuten.
De rechtbank concludeert dat deze handelingen verder gaan dan onmiddellijk in- of uitstappen en kwalificeren als parkeren. De naheffingsaanslag is daarom terecht opgelegd en het beroep ongegrond verklaard. Het verzoek tot verdaging werd afgewezen en belanghebbende krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.