ECLI:NL:RBZWB:2024:3953
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen WOZ-waarde woning te Oisterwijk ongegrond verklaard
Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen de door de heffingsambtenaar vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning te Oisterwijk, vastgesteld op € 645.000 per 1 januari 2021. De heffingsambtenaar handhaafde deze waarde in de uitspraak op bezwaar. De rechtbank heeft het beroep behandeld op 12 april 2024, waarbij belanghebbende afwezig was.
De rechtbank beoordeelde of de WOZ-waarde te hoog was vastgesteld aan de hand van de vergelijkingsmethode, waarbij de waarde wordt bepaald door vergelijking met referentiewoningen die rondom de waardepeildatum zijn verkocht. De heffingsambtenaar onderbouwde de waarde met twee taxatiematrices waarin referentiewoningen werden vergeleken met de woning. Belanghebbende voerde aan dat andere referentiewoningen met lagere waarden gebruikt hadden moeten worden, maar deze werden alsnog in de beroepsfase meegenomen.
De rechtbank oordeelde dat de gebruikte referentiewoningen voldoende vergelijkbaar waren wat betreft ligging, oppervlakte, bouwjaar en verkoopdatum. Tevens was de wijze van correctie op verschillen tussen woningen voldoende inzichtelijk gemaakt. Het beroep slaagde daarom niet. Daarnaast werd het verzoek om vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn afgewezen, omdat de termijn niet was overschreden. De WOZ-waarde en de aanslag onroerendezaakbelasting blijven gehandhaafd en belanghebbende krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waarde wordt ongegrond verklaard en de waarde van € 645.000 blijft gehandhaafd.