Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een administratieve boete opgelegd wegens het niet gebruiken van de richtingaanwijzer bij een belangrijke zijdelingse verplaatsing op de Bijsterveldenlaan te Tilburg op 10 april 2022. Betrokkene stelde dat hij door de politieoverhouding overdonderd was en daardoor vergat de richting aan te geven, en voerde subsidiair aan dat het sanctiebedrag te hoog was. Tevens gaf hij aan zich getreiterd te voelen door de verbalisanten, omdat hij inmiddels drie boetes had.
De officier van justitie verklaarde het eerste beroep ongegrond, waarna betrokkene beroep instelde bij de kantonrechter. De kantonrechter stelde vast dat de gedraging vaststond en niet werd betwist, waardoor de boete terecht was opgelegd. Wel was de redelijke termijn voor de afhandeling van de zaak met één maand overschreden, wat aanleiding gaf tot matiging van de boete.
Gezien de overschrijding van de redelijke termijn en het feit dat betrokkene binnen een half uur meerdere boetes had gekregen, matigde de kantonrechter de boete met 50%. De officier van justitie werd opgedragen het teveel betaalde bedrag terug te betalen. Het beroep werd daarmee gedeeltelijk gegrond verklaard en de beslissing van de officier van justitie gewijzigd.
Uitkomst: De boete is gematigd met 50% vanwege overschrijding van de redelijke termijn en het beroep is gedeeltelijk gegrond verklaard.