Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een boete opgelegd omdat zij haar bromfiets niet verzekerd had, vastgesteld via een RDW-registercontrole op 12 mei 2022. Zij stelde dat zij de boete niet ontving omdat deze naar een oud adres werd gestuurd en dat zij vanwege financiële problemen de bromfiets niet kon verzekeren. De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond en verzocht om niet-ontvankelijkheid vanwege te late indiening, maar ook om matiging van de boete.
De kantonrechter oordeelde dat het beroep wel ontvankelijk is vanwege bijzondere omstandigheden die het te laat instellen niet aan betrokkene kunnen worden toegerekend. De gedraging staat vast en betrokkene erkent deze niet te hebben betwist. De boete is terecht opgelegd omdat de kentekenhouder verantwoordelijk is voor verzekering of schorsing van het voertuig.
Er is echter sprake van een schending van de hoorplicht door de officier van justitie, wat leidt tot vernietiging van diens beslissing. Gezien deze schending en de omstandigheden van betrokkene matigt de kantonrechter de boete tot €100, maakt de verhogingen ongedaan en draagt de officier van justitie op het te veel betaalde bedrag terug te betalen.
Uitkomst: Het beroep is gedeeltelijk gegrond verklaard en de boete gematigd tot €100 met terugbetaling van te veel betaalde zekerheid en ongedaanmaking van verhogingen.