Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een boete opgelegd wegens een ondeugdelijke hulpkoppeling aan een aanhangwagen op 9 juni 2022 op de Heukelomseweg te Oisterwijk. Betrokkene stelde dat de boete onredelijk was en dat hij geen waarschuwing had ontvangen of gelegenheid had gehad om de gebrekkige kabel te vervangen.
De rechtbank oordeelt dat de gedraging vaststaat op basis van de verklaring van de verbalisant en dat betrokkene verantwoordelijk is voor het naleven van de regels omtrent het voertuig. De discretionaire bevoegdheid van de verbalisant om af te zien van een boete is niet aangetoond omdat geen bijzondere omstandigheden zijn gebleken.
Wel is vastgesteld dat de officier van justitie de hoorplicht heeft geschonden door betrokkene niet te horen alvorens het beroep ongegrond te verklaren. Dit leidt tot vernietiging van die beslissing en matiging van de boete met 25%. Betrokkene krijgt bovendien het teveel betaalde bedrag terugbetaald.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard vanwege schending van de hoorplicht en de boete wordt met 25% gematigd.