Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een boete opgelegd voor het rijden met 16 km per uur te hard op een weg buiten de bebouwde kom op 4 juni 2022. Betrokkene tekende beroep aan tegen de boete bij de officier van justitie, die dit ongegrond verklaarde. Vervolgens werd beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De kantonrechter stelde vast dat de overtreding vaststaat en de boete terecht is opgelegd. Echter is de hoorplicht door de officier van justitie geschonden omdat betrokkene niet is gehoord, terwijl dit wettelijk wel vereist was. Dit leidde tot vernietiging van de beslissing van de officier van justitie op het administratief beroep.
Daarbij matigde de kantonrechter de boete met 25% vanwege de structurele schending van de hoorplicht, en beval terugbetaling van het te veel betaalde bedrag. Tevens werd een proceskostenvergoeding van €218,75 toegekend aan betrokkene. De uitspraak is gedaan op 15 mei 2024 en hoger beroep is uitgesloten.
Uitkomst: Beroep gegrond verklaard wegens schending hoorplicht, boete met 25% gematigd en proceskostenvergoeding toegekend.