Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene] B.V.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een boete opgelegd voor het parkeren op een plek waar dat volgens een parkeerverbodsbord niet was toegestaan. Betrokkene stelde dat het voertuig op eigen terrein stond en dat er een parkeerabonnement was voor een nabijgelegen parkeergarage. De officier van justitie handhaafde de boete omdat de locatie als openbare weg werd beschouwd en het verbodsbord van toepassing was.
Tijdens de zitting op 15 mei 2024 verscheen betrokkene niet. De kantonrechter oordeelde dat onvoldoende vaststond dat de gedraging had plaatsgevonden, mede omdat er een bord 'verboden toegang voor onbevoegden' hing en de ondertekst van het parkeerbord onleesbaar was. Hierdoor bleef twijfel bestaan of parkeren daar was toegestaan.
De kantonrechter verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de boete en de beslissing van de officier van justitie, en beval terugbetaling van het betaalde bedrag van €119. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete wordt gegrond verklaard en de boete wordt vernietigd.