Belanghebbende, een financiële holding, stelde een auto ter beschikking aan haar enig werknemer en bestuurder voor zowel zakelijke als privédoeleinden. De inspecteur legde een naheffingsaanslag loonheffingen, belastingrente en een verzuimboete op omdat geen bijtelling voor privégebruik was opgenomen in de loonaangiften 2021.
Belanghebbende voerde aan dat de rittenregistratie aantoonde dat niet meer dan 500 kilometer privé was gereden, en beriep zich op het vertrouwensbeginsel vanwege communicatie over enkele ritten in Duitsland. De rechtbank constateerde echter onregelmatigheden in de rittenregistratie, zoals verschillen in kilometerstanden en een verkeersovertreding op een locatie die niet overeenkwam met de registratie.
De rechtbank verwierp de rittenregistratie als onvoldoende bewijs en oordeelde dat belanghebbende niet overtuigend had aangetoond dat de auto niet meer dan 500 kilometer privé was gebruikt. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat de inspecteur in de voorfase geen toezegging had gedaan over de gehele rittenregistratie.
De verzuimboete werd als terecht en passend beoordeeld. Het beroep tegen de belastingrente werd eveneens afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees proceskostenvergoeding af.