ECLI:NL:RBZWB:2024:3996
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Bodemzaak
- Mulders
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering terugkoop obligaties wegens onvoldoende bewijs overeenkomst
Eiser kocht op 25 februari 2021 twee obligaties van gedaagde voor €10.000. Eiser stelt dat gedaagde de obligaties zou terugkopen, maar heeft onvoldoende bewijs geleverd dat partijen een overeenkomst tot terugkoop zijn aangegaan. Gedaagde betwist het bestaan van een dergelijke overeenkomst.
Tijdens de mondelinge behandeling was gedaagde niet aanwezig. De kantonrechter stelt vast dat de koopovereenkomst van 25 februari 2021 tussen partijen wel vaststaat, mede omdat de betaling op de privérekening van gedaagde is gedaan. Echter, de stelling dat een tweede overeenkomst tot terugkoop is gesloten, is onvoldoende onderbouwd door eiser.
De correspondentie toont slechts aan dat partijen spraken over een oplossing, maar niet dat een bindende terugkoopovereenkomst is gesloten. Omdat eiser niet aan zijn stelplicht heeft voldaan, wordt de vordering afgewezen. Ook de subsidiaire vorderingen op grond van onverschuldigde betaling en ongerechtvaardigde verrijking worden afgewezen. Eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Vordering tot terugkoop obligaties afgewezen wegens onvoldoende bewijs van overeenkomst.