Belanghebbende maakte bezwaar tegen een naheffingsaanslag parkeerbelasting van €69,25, bestaande uit €1,20 belasting en €68,05 kosten. De heffingsambtenaar van de gemeente Bergen op Zoom verklaarde het bezwaar ongegrond en handhaafde de aanslag.
De rechtbank behandelde het beroep op 29 maart 2024, waarbij de gemachtigde van belanghebbende aanwezig was, maar de heffingsambtenaar zich vlak voor de zitting afmeldde. De rechtbank beoordeelde of het kostenbesluit en de naheffingsaanslag in overeenstemming waren met de Gemeentewet en het Besluit gemeentelijke parkeerbelastingen.
De rechtbank concludeerde dat de kostenraming van €510.200 voor 7.500 naheffingsaanslagen een werkelijke kostprijs van €68,03 per aanslag oplevert. De in rekening gebrachte kosten van €68,05 per aanslag wijken slechts marginaal af (0,034%) en zijn daarmee verwaarloosbaar. Daarom is de naheffingsaanslag terecht opgelegd.
Het beroep wordt ongegrond verklaard, waardoor de aanslag gehandhaafd blijft en belanghebbende geen vergoeding van griffierecht of proceskosten ontvangt.