ECLI:NL:RBZWB:2024:4035
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring beroep omgevingsvergunning wijziging appartementengebouw
Opposanten hebben op 28 juli 2023 een aanvraag ingediend tot wijziging van een omgevingsvergunning voor het bouwen van een appartementengebouw met 4 permanente woningen en 4 recreatiewoningen. Het college stelde een voorschrift dat de appartementen niet voor logiesverhuur mochten worden gebruikt. Na ontvangst bevestigde het college de aanvraag en verzocht om verduidelijking binnen vier weken. Opposanten reageerden hierop, waarna het college de beslistermijn met zes weken verlengde. Opposanten stelden beroep in tegen het niet tijdig bekendmaken van de vergunning, maar de rechtbank verklaarde dit beroep niet-ontvankelijk zonder zitting, omdat het college niet in gebreke zou zijn gebleven.
In het verzet betogen opposanten dat het college ten onrechte om verduidelijking heeft gevraagd, aangezien de aanvraag duidelijk was. De rechtbank oordeelt dat het college ten onrechte de beslistermijn heeft opgeschort op grond van artikel 4:15 Awb Pro, omdat de aanvraag niet onvolledig of ongenoegzaam was. De rechtbank concludeert dat het beroep niet kennelijk niet-ontvankelijk was en verklaart het verzet gegrond.
De uitspraak betekent dat de eerdere niet-ontvankelijkverklaring vervalt en het onderzoek wordt hervat in de stand van vóór die uitspraak. De rechtbank zal later oordelen over de proceskosten. Er is geen hoger beroep mogelijk tegen deze uitspraak.
Uitkomst: Het verzet wordt gegrond verklaard en de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep wordt vernietigd.