Uitspraak
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
5.De vordering tot tenuitvoerlegging
6.De beslissing
spreekt verdachte vrijvan het tenlastegelegde feit;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Op 6 december 2020 vond in Goes een incident plaats waarbij een slachtoffer werd bedreigd met een taser en onder dwang zijn spullen moest afgeven. De minderjarige verdachte werd ervan verdacht samen met een ander deze gewapende straatroof te hebben gepleegd.
Tijdens de zitting op 30 mei 2024 werden de standpunten van de officier van justitie en de verdediging besproken. De officier baseerde haar bewijs op de aangifte, een verklaring van verdachte over contact met het slachtoffer, en DNA-sporen op slippers die nabij de plaats van de overval waren gevonden. De verdediging betwistte de bewijsvoering en wees op verschillen in verklaringen en gebrekkige vastlegging van het bewijsmateriaal.
De rechtbank concludeerde dat de verklaringen van het slachtoffer en verdachte op essentiële punten verschillen en dat het dossier onvoldoende aanknopingspunten bevat om met zekerheid vast te stellen wat er die ochtend is gebeurd. Het aantreffen van de slippers met DNA van verdachte kon zowel binnen de verklaring van het slachtoffer als van verdachte passen. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van het ten laste gelegde feit en wees de vordering tot tenuitvoerlegging af.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van betrokkenheid bij gewapende straatroof.