Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.De procedure
- het verzoekschrift dat strekt tot toekenning van een vergoeding ex artikel 530 Sv Pro ten laste van de Staat voor een bedrag van € 3.830,97, zijnde de kosten voor rechtsbijstand (inclusief € 79,36 reiskosten), te vermeerderen met € 680,00 zijnde de kosten met betrekking tot het opstellen, indienen en het behandelen van het verzoekschrift in raadkamer;
- het sepot van 4 december 2023;
- de schriftelijke reactie van de officier van justitie.
2.De beoordeling
€ 3.821,05is in voldoende mate onderbouwd en komt de rechtbank billijk voor. De rechtbank zal dit bedrag toewijzen.
€ 680,00toegekend.
3.De beslissing
€ 4.501,05.