ECLI:NL:RBZWB:2024:4086

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
7 mei 2024
Publicatiedatum
14 juni 2024
Zaaknummer
RK 24-002697
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Raadkamer
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 94 SvArt. 552a SvArt. 552d lid 2 Sv
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid klaagschrift wegens beëindigd beslag op fiets

Klager diende een klaagschrift in op grond van artikel 552a Sv tegen het beslag op zijn fiets, welke op 21 juni 2023 was gelegd. Hij vorderde opheffing van het beslag en teruggave van de fiets, dan wel schadeloosstelling van €438,94 vanwege de aanschaf van een nieuwe fiets. De strafzaak tegen klager was geseponeerd en het Openbaar Ministerie gaf aan dat de fiets was vervreemd.

De raadkamer behandelde het klaagschrift op 23 april 2024. De officier van justitie gaf aan dat de fiets had moeten worden teruggegeven, maar dat deze was vernietigd door verkoop. Schadeloosstelling valt buiten de klaagschriftprocedure en dient via Domeinen Roerende Zaken te worden geregeld.

De rechtbank oordeelde dat het beslag formeel was beëindigd door de last tot teruggave op 1 februari 2024, ondanks dat de fiets niet fysiek was teruggegeven. Daarom verklaarde de rechtbank klager niet-ontvankelijk in zijn klaagschrift. De beslissing werd op 7 mei 2024 uitgesproken.

Uitkomst: De rechtbank verklaart klager niet-ontvankelijk in zijn klaagschrift omdat het beslag formeel was beëindigd door de last tot teruggave.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht
Locatie Breda
parketnummer: 02-022571-24
rk.nummer: 24-002697
Beslissing op het klaagschrift ex artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering van:
[klager]
geboren op [geboortedag] 1994 te [geboorteplaats]
wonende op het [woonadres]
hierna te noemen: klager.

1.De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit de volgende stukken:
  • de uitdraai van het beslagportaal waaruit blijkt dat op grond van artikel 94 van Pro het Wetboek van Strafvordering (hierna te noemen: Sv) op 21 juni 2023 in beslag is genomen: een fiets.
  • het klaagschrift ingevolge artikel 552a Sv, ingediend op 30 januari 2024 ter griffie van deze rechtbank;
  • het verweerschrift van de officier van justitie; en
  • de overige stukken uit het bijbehorende raadkamerdossier met voornoemd raadkamernummer.
Het klaagschrift is behandeld in raadkamer op 23 april 2024. Gehoord zijn de officier van justitie, mr. M. Nieuwenhuis en klager.
Het klaagschrift strekt tot opheffing van het gelegde beslag met last tot teruggave aan de klager. Daartoe is aangevoerd dat op 21 juni 2023 onder klager een fiets in beslag is genomen waarvan hij eigenaar is. Hierdoor heeft klager een nieuwe fiets moeten aanschaffen voor een bedrag van in totaal € 438,94. De strafzaak tegen klager is geseponeerd en door het Openbaar Ministerie is medegedeeld dat de fiets is vervreemd. Klager wenst teruggave van zijn fiets dan wel een schadeloosstelling ter hoogte van € 438,94.
Klager heeft in raadkamer gepersisteerd bij het ingediende klaagschrift.
De officier van justitie heeft zich schriftelijk op het standpunt gesteld dat de fiets kan worden teruggegeven aan klager.
In raadkamer heeft de officier van justitie te kennen gegeven dat de fiets had moeten worden teruggegeven aan klager, maar dat deze door vernietiging niet meer beschikbaar is. Klager dient in dit geval schadeloos te worden gesteld. Deze schadeloosstelling valt echter buiten het bereik van de klaagschriftprocedure en klager dient hiervoor contact op te nemen met Domeinen roerende zaken.

2.De beoordeling

De raadkamer van de rechtbank is bevoegd tot afdoening van het klaagschrift.
Het klaagschrift is tijdig ingediend.
De rechtbank stelt vast dat het beslag gelegd op grond van artikel 94 Sv Pro reeds is geëindigd, nu de officier van justitie op 1 februari 2024 een last tot teruggave van de fiets aan klager heeft gegeven. Op 9 februari 2024 is aan klager door het Openbaar Ministerie te kennen gegeven dat de fiets reeds is verkocht en dat een schadeloosstelling aan klager zal worden uitgekeerd. De rechtbank overweegt dat voor het beëindigen van het beslag niet de feitelijke teruggave doorslaggevend is, maar de last tot teruggave. De rechtbank zal klager dan ook niet ontvankelijk verklaren in zijn beklag.

3.De beslissing

De rechtbank verklaart
- klager niet-ontvankelijk in zijn klaagschrift.
Deze beslissing is op 7 mei 2024 gegeven door mr. R.J.H. Goossens, rechter, in tegenwoordigheid van mr. M. van Grinsven, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 7 mei 2024.
INFORMATIE RECHTSMIDDEL
Tegen deze beslissing kan door het Openbaar Ministerie binnen veertien dagen na dagtekening van deze beslissing en door de klager binnen veertien dagen na de betekening van deze beslissing
beroep in cassatieworden ingesteld bij de Hoge Raad der Nederlanden te 's-Gravenhage (artikel 552d lid 2 Wetboek van Strafvordering).