ECLI:NL:RBZWB:2024:4095

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
7 mei 2024
Publicatiedatum
14 juni 2024
Zaaknummer
RK 24-001406
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Raadkamer
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 530 SvArt. 534 SvArt. 9a SrArt. 535 lid 1 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toekenning vergoeding kosten rechtsbijstand na vrijspraak op grond van artikel 530 Sv

De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 7 mei 2024 een verzoek tot vergoeding van kosten rechtsbijstand en kosten verbonden aan het indienen van een verzoekschrift ex artikel 530 Wetboek Pro van Strafvordering behandeld. De verzoeker was vrijgesproken door de politierechter op 6 december 2023. De officier van justitie heeft schriftelijk gereageerd, waarna de rechtbank besloot het verzoek zonder mondelinge behandeling af te doen.

De rechtbank overwoog dat de zaak was geëindigd zonder strafoplegging en dat de voorwaarden voor vergoeding op grond van artikel 530 Sv Pro waren vervuld. De gevraagde vergoeding van €4.974,77 voor kosten rechtsbijstand was voldoende onderbouwd en werd niet onbillijk geacht. Daarnaast werd een forfaitaire vergoeding van €340,00 toegekend voor de kosten van het verzoekschrift.

De rechtbank besloot het totale bedrag van €5.314,77 toe te kennen en dit over te maken op een rekening ten name van Stichting Derdengelden TDNL. Tegen deze beslissing kan hoger beroep worden ingesteld door zowel het Openbaar Ministerie als de verzoeker binnen de gestelde termijnen.

Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek tot vergoeding van kosten rechtsbijstand en kosten van het verzoekschrift toe voor een totaalbedrag van €5.314,77.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht
Locatie Breda
parketnummer: 02-207341-23
rk-nummer: 24-001406
Beslissing op het verzoekschrift ex artikel 530 van Pro het Wetboek van Strafvordering
Beslissing op het verzoekschrift ex artikel 530 van Pro het Wetboek van Strafvordering (hierna te noemen: Sv), ingekomen ter griffie op 16 januari 2024 in de zaak van verzoeker:
[verzoeker]
geboren op [geboortedag] 1972 te [geboorteplaats] ( [land] )
wonende op het [woonadres]
woonplaats kiezende ten kantore van mr. H.M. Dunsbergen, Postbus 4650 te 4803 ER Breda.

1.De procedure

De procedure blijkt onder meer uit de volgende stukken:
 het verzoekschrift dat strekt tot toekenning van een vergoeding
ex artikel 530 Sv Proten laste van de Staat voor een bedrag van:
  • € 4.974,77, voor vergoeding van kosten rechtsbijstand;
  • € 340,00 als forfaitaire vergoeding voor de kosten met betrekking tot het opstellen en indienen van het verzoekschrift dan wel € 680,00 bij behandeling van het verzoekschrift in raadkamer;
  • de aantekening van het mondelinge vonnis van de politierechter van 6 december 2023 waarbij verzoeker is vrijgesproken;
  • de schriftelijke reactie van de officier van justitie.
De officier van justitie heeft de schriftelijke reactie aan de advocaat van verzoeker doen toekomen. De rechtbank heeft aan de advocaat van verzoeker laten weten dat het verzoek, gelet op de schriftelijke reactie van de officier van justitie, zonder behandeling ter zitting zal worden afgedaan.
De rechtbank zal zonder mondelinge behandeling op het verzoekschrift beslissen.

2.De beoordeling

De rechtbank overweegt als volgt.
De zaak is geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel of met zodanige oplegging, doch op grond van een feit waarvoor voorlopige hechtenis niet is toegelaten en zonder dat toepassing is gegeven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht.
De rechtbank is bevoegd om het verzoek in behandeling te nemen, nu de zaak in feitelijke aanleg bij de rechtbank is vervolgd, zou worden vervolgd of laatstelijk werd vervolgd.
Ingevolge artikel 530 Sv Pro wordt aan de gewezen verdachte een vergoeding toegekend in
de ten behoeve van het onderzoek en de behandeling van de zaak gemaakte reis- en verblijfkosten, en kan een vergoeding worden toegekend voor de schade welke hij ten gevolge van tijdverzuim door de vervolging en de behandeling der zaak ter terechtzitting werkelijk heeft geleden, alsmede, behoudens in het zich hier niet voordoende geval dat - kort gezegd - de raadsman was toegevoegd, in de kosten van een raadsman.
Ingevolge artikel 534, eerste en vierde lid, Sv vindt toekenning van een schadevergoeding steeds plaats, indien en voor zover daartoe, naar het oordeel van de rechtbank, alle omstandigheden in aanmerking genomen, gronden van billijkheid aanwezig zijn.
Het verzochte bedrag aan kosten van rechtsbijstand ter grootte van
€ 4.974,77is in voldoende mate onderbouwd en komt de rechtbank niet onbillijk voor. De rechtbank zal dit bedrag toewijzen.
Voor de kosten verbonden aan de indiening van het verzoekschrift wordt het forfaitaire bedrag van
€ 340,00toegekend.

3.De beslissing

De rechtbank:
wijst het verzoek tot toekenning van een vergoeding ex artikel 530 Sv Pro toe tot een bedrag van
€ 5.314,77, bestaande uit:
- € 4.974,77 aan kosten van rechtsbijstand; en
- € 340,00 de kosten verbonden aan de indiening van het verzoekschrift in raadkamer;
bepaalt dat een bedrag van
€ 5.314,77zal worden overgemaakt op [rekeningnummer] ten name van Stichting Derdengelden TDNL, onder vermelding van “ [verzoeker] /530 Sv”.
Deze beslissing is op 7 mei 2024 gegeven door mr. R.J.H. Goossens, rechter, in tegenwoordigheid van mr. M. van Grinsven, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 7 mei 2024.
INFORMATIE RECHTSMIDDEL
Tegen de beslissing ex artikel 530 Sv Pro kan door het Openbaar Ministerie binnen veertien dagen na de dagtekening van deze beslissing en door verzoeker binnen een maand na de betekening van deze beslissing hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch (artikel 535 lid 1 Sv Pro).