ECLI:NL:RBZWB:2024:4125

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
5 juni 2024
Publicatiedatum
17 juni 2024
Zaaknummer
11006732 CV EXPL 24-1087 (E)
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
  • Karsten-Badal
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:119 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Betalingsverplichting bijdragen bedrijfstakfonds door overgenomen onderneming bevestigd

De Stichting Sociaal Fonds voor Opleiding en Ontwikkeling in het Kappersbedrijf (SFK) vordert betaling van achterstallige bijdragen van de gedaagde, die een eenmanszaak voert. SFK stelt dat deze bijdragen voortvloeien uit verplichtingen van een VOF die door de gedaagde is overgenomen.

De gedaagde betwist de overname van de VOF en voert aan dat de VOF al haar verplichtingen heeft voldaan en dat hij geen personeel in dienst had. Dit verweer wordt echter niet onderbouwd en faalt doordat het uittreksel uit het handelsregister juist het tegenovergestelde toont.

De kantonrechter oordeelt dat de gedaagde gehouden is tot betaling van de gevorderde bijdragen, de buitengerechtelijke kosten en de wettelijke rente. Ook worden de proceskosten aan de gedaagde opgelegd. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en is op 5 juni 2024 uitgesproken.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van achterstallige bijdragen, rente en kosten aan SFK.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Breda
Zaaknummer: 11006732 \ CV EXPL 24-1087
Vonnis van 5 juni 2024
in de zaak van
de stichting STICHTING SOCIAAL FONDS VOOR OPLEIDING EN ONTWIKKELING IN HET KAPPERSBEDRIJF,
statutair gevestigd en kantoorhoudende te Utrecht,
eisende partij,
hierna te noemen: SFK,
gemachtigde: Vesting Finance Incasso B.V. te Amersfoort,
tegen
[gedaagde]h.o.d.n.
[handelsnaam],
wonende te ( [postcode 1] ) [plaats] aan het [adres 1] , zaakdoende te ( [postcode 2] ) aan het [adres 2] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 13 maart 2024 met producties;
- de conclusie van antwoord van 26 maart 2024;
- de akte van SFK van 24 april 2024 met producties;
- het extract audiëntieblad van de rolzitting van 8 mei 2024.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.Het geschil en de beoordeling

2.1.
SFK vordert - samengevat - veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 293,40, vermeerderd met rente en kosten. [gedaagde] heeft ten onrechte bijdragen aan SFK onbetaald gelaten, zodat hij rente en kosten verschuldigd is geworden. Op het verweer van [gedaagde] voert SFK aan dat uit het uittreksel uit het handelsregister van de VOF volgt dat de eenmanszaak van [gedaagde] de VOF heeft overgenomen. De in deze procedure gevorderde bijdragen vloeien nog voort uit de verplichtingen van de VOF, zodat [gedaagde] die dient te voldoen.
2.2.
[gedaagde] voert verweer, waarbij hij wordt ondersteund door de oud-zaakvoerder van de VOF. Hij voert aan dat hij de VOF niet heeft overgenomen. De bijdragen, die door SFK worden gevorderd, zien op oud-personeelsleden van de VOF. [gedaagde] heeft geen personeel in dienst (gehad). De VOF is in die tijd al haar verplichtingen nagekomen, zodat er geen aan SFK te betalen bedrag meer resteert.
2.3.
De kantonrechter overweegt dat het meest verstrekkende verweer van [gedaagde] is dat hij de onderneming van de VOF niet heeft overgenomen. Deze stelling heeft hij echter niet onderbouwd, terwijl uit het uittreksel uit het handelsregister van de VOF, overgelegd als productie 4 bij de akte van SFK, volgt dat de VOF is overgegaan in de eenmanszaak van [gedaagde] . De kantonrechter gaat aan dit verweer dan ook voorbij. [gedaagde] is in beginsel gehouden de gevorderde bijdragen te voldoen.
2.4.
[gedaagde] voert vervolgens aan dat de VOF aan al haar betalingsverplichtingen heeft voldaan. Deze stelling is ook niet onderbouwd en wordt gemotiveerd betwist door SFK. Het was aan [gedaagde] (en de zaakvoerder van de VOF) om dit verweer voldoende te onderbouwen. Nu zij dit hebben nagelaten, gaat de kantonrechter ook aan dit verweer voorbij. Dit leidt ertoe dat [gedaagde] het bedrag van € 225,00 dient te voldoen.
2.5.
SFK vordert vervolgens een bedrag van € 48,40 (inclusief btw) aan buitengerechtelijke kosten. Er is door haar voldoende onderbouwd dat er buitengerechtelijke kosten zijn gemaakt. Het gevorderde bedrag komt bovendien overeen met het geldende forfaitaire tarief, zodat ook dit bedrag verschuldigd is.
2.6.
De gevorderde verschenen wettelijke rente van € 20,00 en de toekomstige gevorderde wettelijke rente zijn, als gegrond op de wet, toewijsbaar.
2.7.
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van SFK worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
140,83
- griffierecht
130,00
- salaris gemachtigde
123,00
(1,50 punten × € 82,00)
- nakosten
20,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
413,83

3.De beslissing

De kantonrechter
3.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan SFK te betalen een bedrag van € 293,40, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over een bedrag van € 225,00, met ingang van 6 maart 2024, tot de dag van volledige betaling,
3.2.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 413,83, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
3.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. Karsten-Badal en in het openbaar uitgesproken op 5 juni 2024.