ECLI:NL:RBZWB:2024:414
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken machtiging in belastingzaak
In deze bestuursrechtelijke zaak gaat het om een beroep van belanghebbende tegen een naheffingsaanslag omzetbelasting en de daarbij opgelegde boete over het derde kwartaal van 2022. De rechtbank beoordeelt het beroep zonder zitting omdat het kennelijk niet-ontvankelijk is.
De kern van het geschil is dat het beroepschrift is ingediend door een persoon die verklaart voor zichzelf in beroep te komen, terwijl de bestreden beslissing gericht is aan een andere belanghebbende. Er is geen machtiging overgelegd waaruit blijkt dat de indiener bevoegd is om namens de andere belanghebbende op te treden. De rechtbank heeft meerdere malen verzocht om een machtiging of bewijs van vertegenwoordiging, maar dit is niet geleverd.
De rechtbank concludeert dat het ontbreken van een machtiging niet verontschuldigbaar is en verklaart het beroep daarom niet-ontvankelijk. Hierdoor blijft het bestreden besluit ongewijzigd van kracht en wordt het beroep niet inhoudelijk behandeld. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een machtiging om namens een ander op te treden.