ECLI:NL:RBZWB:2024:4146

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
24 juni 2024
Publicatiedatum
18 juni 2024
Zaaknummer
BRE 23-2817
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1 Besluit proceskosten bestuursrechtArt. 8:41, zevende lid, AwbArt. 8:54, eerste lid, AwbArt. 8:75a Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding na intrekking omgevingsvergunning

Verzoeker had beroep ingesteld tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Goes om een omgevingsvergunning te verlenen voor het kappen van een boom aan een straat in de gemeente. Het college heeft het primaire besluit ingetrokken, waarna verzoeker zijn beroep introk en een verzoek deed om veroordeling van het college in de proceskosten.

De rechtbank heeft het college in de gelegenheid gesteld te reageren, maar het college heeft niet gereageerd. De rechtbank overweegt dat hoewel het college tegemoet is gekomen aan het beroep door het besluit in te trekken, het griffierecht niet onder de proceskosten valt die voor vergoeding in aanmerking komen volgens het Besluit proceskosten bestuursrecht.

Op grond van artikel 8:41, zevende lid, van de Algemene wet bestuursrecht is het college verplicht het griffierecht van €184,- aan verzoeker te vergoeden. De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenvergoeding echter af omdat deze vergoeding uit de wet volgt en geen afzonderlijke beslissing behoeft. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 24 juni 2024.

Uitkomst: Het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen, het college moet het griffierecht wettelijk vergoeden.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 23/2817

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 24 juni 2024 in de zaak tussen

[verzoeker] , uit [plaats] , verzoeker

en

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Goes.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het verzoek van verzoeker om een veroordeling van het college in de proceskosten. Verzoeker heeft dit verzoek gedaan bij de intrekking van zijn beroep tegen het besluit van het college van 6 april 2023. Hij heeft het beroep ingetrokken omdat het college op 7 maart 2024 het primaire besluit van 18 februari 2021, waarbij het college een omgevingsvergunning heeft verleend voor het kappen van een boom aan de [straat 1] / [straat 2] ter hoogte van de woningen [straat 2] [huisnummer 1] en [huisnummer 2] te [plaats] , heeft ingetrokken.
1.1.
De rechtbank heeft het college in de gelegenheid gesteld te reageren op het verzoek om veroordeling in de proceskosten. Het college heeft hierop niet gereageerd.
1.2.
De rechtbank doet zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling. [1]

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenveroordeling af. Zij legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
3. Als een beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, kan de bestuursrechter op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. [2]
4. De rechtbank moet dus beoordelen of het college geheel of gedeeltelijk aan verzoeker is tegemoetgekomen.
4.1.
Op 15 mei 2024 heeft verzoeker beroep ingesteld tegen het bestreden besluit waarin het bezwaar van verzoeker ongegrond is verklaard. Het college heeft op 7 maart 2024 het primaire besluit van 18 februari 2021 ingetrokken. Hiermee is het college tegemoetgekomen aan het beroep van verzoeker.
5. Hoewel het college tegemoet is gekomen aan het beroep van verzoeker, bestaat er geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Het griffierecht valt namelijk niet onder proceskosten die voor vergoeding in aanmerking komen als bedoeld in artikel 1 van Pro het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).
6. Het college is evenwel op grond van artikel 8:41, zevende lid, van de Awb van rechtswege verplicht het door verzoeker betaalde griffierecht van € 184,- te vergoeden. Omdat dit uit de wet volgt, is er geen noodzaak om te beslissen dat het college het griffierecht aan verzoeker moet betalen. De rechtbank gaat ervan uit dat het college na onderhavige uitspraak daadwerkelijk overgaat tot vergoeding van het griffierecht aan verzoeker.

Beslissing

De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Snoeks, rechter, in aanwezigheid van G.A. Klop , griffier, op 24 juni 2024 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, in samenhang met artikel 8:75a, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2.Dit volgt uit artikel 8:75a van de Awb en is nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).