ECLI:NL:RBZWB:2024:4201
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen WOZ-waarde en rioolheffing woning in Goes
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de WOZ-waarde van zijn woning aan een adres in Goes, vastgesteld op €151.000 per 1 januari 2021, en de daarop gebaseerde rioolheffing voor 2022. De heffingsambtenaar had het bezwaar ongegrond verklaard. De rechtbank behandelde het beroep op 3 mei 2024 zonder aanwezigheid van belanghebbende, die niet was verschenen ondanks uitnodiging.
De woning betreft een hoekwoning uit 1932 met 70 m2 gebruiksoppervlakte en een perceel van 185 m2. De waarde is vastgesteld via de vergelijkingsmethode met drie referentiewoningen in de buurt, die qua type en verkoopdatum voldoende vergelijkbaar zijn. De rechtbank achtte de gehanteerde referentiewoningen passend en vond dat de heffingsambtenaar voldoende rekening had gehouden met verschillen zoals ligging, perceeloppervlakte en onderhoudstoestand.
Belanghebbende voerde aan dat de WOZ-waarde te hoog was en dat hij mocht vertrouwen op een lagere waarde uit 2018 van €128.000. Dit beroep op het vertrouwensbeginsel werd verworpen omdat geen toezegging was gedaan dat de waarde van 2018 ook voor latere jaren zou gelden. De rechtbank concludeerde dat de WOZ-waarde niet te hoog was vastgesteld en verklaarde het beroep ongegrond, waardoor de aanslag rioolheffing gehandhaafd bleef.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde en de aanslag rioolheffing wordt ongegrond verklaard en gehandhaafd.