Eiseres diende op 15 augustus 2022 een aanvraag in bij het Schadefonds Geweldsmisdrijven wegens mishandeling en bedreiging door haar moeder in haar vroege jeugd. Het Schadefonds wees de aanvraag aanvankelijk af vanwege termijnoverschrijding en onvoldoende onderbouwing van de feiten. Na beroep en een zitting waarbij een combinatie van burgerlus en bestuurlijke lus werd toegepast, leverde eiseres nadere medische stukken aan van haar behandelend psycholoog-psychotherapeut en bekkenbodemfysiotherapeut.
Het Schadefonds herzag zijn standpunt en achtte een uitkering van €5.000 passend, waarmee het zijn eerdere afwijzing introk. De rechtbank stelde vast dat het nieuwe standpunt het bestreden besluit verving en verklaarde het beroep gegrond. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en het primaire besluit, en bepaalde dat het Schadefonds de uitkering moet betalen.
Daarnaast werd het griffierecht aan eiseres vergoed. De rechtbank benadrukte het belang van een zorgvuldige beoordeling van de onderbouwing van geweldsmisdrijven en de solidariteit die het Schadefonds beoogt met slachtoffers te tonen. De uitspraak is openbaar gemaakt en partijen zijn geïnformeerd over de mogelijkheid tot hoger beroep.