Uitspraak
1.De procedure
2.De verdere beoordeling
- salaris gemachtigde € 714,00 (3,5 punten x € 204,00)
- getuigentaxe € 110,00
- nakosten € 102,00
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
In deze bodemzaak vordert Stichting Casade de ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning aan het geadresseerde adres. De procedure omvatte een tussenvonnis met bewijsopdracht aan gedaagde om aan te tonen dat zij haar hoofdverblijf in de woning heeft gehad sinds januari 2020.
Gedaagde heeft gebruikgemaakt van deze bewijsopdracht en getuigen gehoord, waaronder haar dochter en zichzelf. De kantonrechter overweegt dat getuigenverklaringen alleen bewijs kunnen vormen voor feiten die uit eigen waarneming bekend zijn, en dat partijverklaringen slechts aanvullend bewijs kunnen zijn. Uit het bewijs blijkt dat gedaagde langdurig afwezig was in verschillende perioden, met name van september 2019 tot februari 2021 vanwege verblijf in India om haar zieke moeder te verzorgen, waarbij terugkeer door COVID-19 werd belemmerd.
De kantonrechter acht deze afwezigheid een bijzondere en onvoorziene omstandigheid en concludeert dat gedaagde altijd de intentie had haar hoofdverblijf in de woning te houden. Verder is aannemelijk gemaakt dat zij ook in de tussenliggende perioden haar hoofdverblijf in de woning had, mede ondersteund door verklaringen van haar dochter en toelichting op het gebruik van haar bankpas. De vordering van Casade wordt daarom afgewezen en zij wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot ontbinding en ontruiming wordt afgewezen omdat gedaagde voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij haar hoofdverblijf in de woning heeft gehad.