Partijen zijn gehuwd geweest van 1989 tot 2017 en hebben in het echtscheidingsconvenant afspraken gemaakt over partneralimentatie, waaronder een bruto maandbedrag van €1.666,- met een afwijkende indexeringsregeling gekoppeld aan het bruto-inkomen van de man.
De man verzocht de alimentatie te verlagen naar nihil, stellende dat de vrouw onvoldoende inspanningen verricht om eigen inkomen te verwerven en dat hij vanwege arbeidsongeschiktheid niet draagkrachtig is. De vrouw verzocht nakoming van het convenant, betaling van achterstallige indexering en een verklaring voor recht over het geïndexeerde bedrag.
De rechtbank oordeelde dat partijen bewust van de wettelijke maatstaven zijn afgeweken en dat de man onvoldoende wijziging van omstandigheden heeft gesteld die een verlaging rechtvaardigen. De tijdelijke verlaging in 2020 werd als tijdelijk beoordeeld. De man heeft geen draagkrachtgebrek aangetoond en moet de alimentatie inclusief wettelijke indexering betalen.
De rechtbank veroordeelde de man tot betaling van €1.918,66 bruto per maand vanaf 19 december 2023, plus een achterstand van €3.378,70 met wettelijke rente. Proceskosten worden gecompenseerd, ieder draagt eigen kosten.