ECLI:NL:RBZWB:2024:4291
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen WOZ-waarde woning en aanslag OZB gemeente Tilburg
Belanghebbende is eigenaar van een geschakelde twee-onder-een-kapwoning te Tilburg waarvan de WOZ-waarde per 1 januari 2022 door de heffingsambtenaar is vastgesteld op €518.000. Belanghebbende betwist deze waarde en stelt dat de waarde maximaal €473.000 bedraagt. De rechtbank heeft het beroep op 5 juni 2024 behandeld en beoordeelt of de waarde te hoog is vastgesteld.
Belanghebbende voerde aan dat de heffingsambtenaar in de beroepsfase niet alle berekeningen van de taxatiematrix had verstrekt, wat mogelijk een schending van artikel 40 Wet Pro WOZ zou betekenen. De rechtbank oordeelt echter dat de heffingsambtenaar voldoende inzicht heeft gegeven in de correcties en dat de berekening controleerbaar is. De gebruikte referentiewoningen zijn volgens de rechtbank voldoende vergelijkbaar en de verschillen zijn adequaat gecorrigeerd.
Verder is het bezwaar dat de waardestijging van de woning te hoog zou zijn ten opzichte van voorgaande jaren niet relevant, omdat de WOZ-waarde per jaar opnieuw wordt vastgesteld op basis van actuele feiten en omstandigheden. Gezien deze overwegingen verklaart de rechtbank het beroep ongegrond, waardoor de WOZ-waarde en de aanslag OZB gehandhaafd blijven.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waarde en aanslag OZB wordt ongegrond verklaard en de waarde van €518.000 blijft gehandhaafd.