Uitspraak
1.De stukken
2.De procesgang
3.Het standpunt van de penitentiaire inrichting
4.Het standpunt van de officier van justitie
5.Het standpunt van de verdediging
6.Het oordeel van de rechtbank
7.De beslissing
10 juni 2024.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 10 juni 2024 uitspraak gedaan in de zaak betreffende de tussentijdse beoordeling van de ISD-maatregel opgelegd aan veroordeelde. De maatregel was oorspronkelijk opgelegd voor de duur van twee jaar, tot 23 april 2025. De verdediging verzocht om beëindiging van de maatregel vanwege het ontbreken van behandelmogelijkheden.
Tijdens de zitting werden de officier van justitie, de veroordeelde met raadsman en de deskundige van de penitentiaire inrichting gehoord. Uit het voortgangsverslag van 3 juni 2024 bleek dat veroordeelde psycho-educatie had gevolgd en positief had afgerond, maar vanwege haar ongewenstverklaring en taalbarrière geen verdere behandeling mogelijk was binnen de penitentiaire inrichting te Zwolle.
De officier van justitie en de verdediging concludeerden dat voortzetting van de ISD-maatregel niet langer zinvol was. De rechtbank stelde vast dat de omstandigheden die behandeling onmogelijk maken buiten de macht van veroordeelde liggen en dat zij zelf heeft aangegeven afgekickt te zijn en haar leven anders te willen inrichten.
Gelet op deze feiten oordeelde de rechtbank dat voortzetting van de ISD-maatregel niet langer noodzakelijk is en wees het verzoek tot tussentijdse beëindiging toe. De maatregel werd met onmiddellijke ingang beëindigd.
Uitkomst: De rechtbank beëindigt de ISD-maatregel met onmiddellijke ingang wegens het ontbreken van behandelmogelijkheden en omstandigheden buiten de macht van veroordeelde.